Luchtverplaatsing.

imagesHet is nacht, een ware rust hangt in de nacht, een diepblauwe lange zucht; er staat een fermate boven de wereld. Wij ademen de vochtige nachtlucht in, blazen nevels naar elkaar. Opgepast! Een spookachtige gedaante zweeft soepel en geruisloos door het duister, een schaduw gaat over het maanverlichte veld, waarna een lange krijschende doordringende kreet klinkt. Plots zien wij een gewit hartenmasker, als een sluier, zwarte ogen kijken ons moorddadig aan. Grijp uw moedertje, zusje, broertje, oh schrik, oh hemel, een omen van het ergste soort, dat weten wij allen. ‘Maar nee!’, spreekt een verdacht knappe man in ons midden, ‘de uil van Minerva is neergedaald!’
Spreekt een ander: ‘Nee jij lavendelsnuivende eikel, Hegel zegt: “pas als de avondschemering is gekomen begint de uil haar vlucht”! Of bedoel je te zeggen dat nadat de bewustwording vanuit geschiedenis is ingedaald, er daarna nog nieuwe conclusies komen?’
We zijn even stil. Wij hebben allen natte vingers.
‘Nee, hij bedoelt dat we in de nacht van onze gewaarwording zijn gekomen.’, oppert er een.
De knappe man fronst zijn mannelijke frons: ‘Wir haben es dus al gewusst? Het avondland gaat ten onder’, zegt hij dan grinnikend.
‘Wansmaak’, klinkt een vrouw vanachter, ‘en Minerva hield zich meer met familiedingen bezig, vind jij toch?’
De man grijnst alsof het pijn doet. ‘Minerva is geen echte vrouw, eigenlijk’, zegt hij dan. We komen er niet uit. De uil is alweer opgevlogen.
‘Ken je de ziekte van Hedel?’, zeg ik dan. ‘Dat is meer haar op je lul dan op je schedel.’

Plaats een reactie